Heiligen der Laatste Dagen en Darfur
door Robert Rees
"moeten dan de hemelen niet wenen, aangezien dezen zullen lijden?" (
Mozes 7:37)
Er zijn redenen te over waarom de hemelen zouden wenen vandaag de dag, en dat geldt ook voor moeder aarde. Maar gelukkig kan er tenminste nog gehuild worden; dat is nl. meer dan gezegd kan worden over een ver en godvergeten, onmenselijk land in Arabisch Afrika waar de vluchtelingen geen tranen meer hebben. Hun bloed en tranen zijn in de woestijn verdroogd terwijl zij tevergeefs op redding wachtten.
We hebben het over het vergeten en verlaten volk van Darfur, wat je noemt de veschoppelingen der aarde.
Hannah Arendt's befaamde beschrijving van de Nazimoord op zes miljoen Joden
als "de banaliteit van het kwaad" is ook op Darfur van toepassing.
Majid Yar legt uit dat met "banaliteit" wordt bedoeld dat Adolf Eichmann, de architect van de Holocaust, het uitroeien van Joden niet als een menselijk drama zag, maar als "onlosmakelijk van enige andere bureaucratische taak die werd opgelegd en uitgevoerd moest worden." Yar gaat verder: "Arendt concludeerde dat Eichmann eenvoudigweg niet in staat was zich te identificeren met het lijden van zijn slachtoffers. Het was niet zozeer haat waardoor Eichmann zijn genocide ten uitvoer kon brengen alswel het ontbreken van het voorstellingsvermogen om menselijke en morele afwegingen te maken." Yar schrijft verder: "Eichmann schakelde zijn denkvermogen uit, alsmede elke vorm van zelfonderzoek die hem bewust zouden hebben kunnen maken van zijn euvele daden. Dit ontbreken van zelfonderzoek in zijn oordeelsvorming verhinderde Eichmann zich te kunnen voorstellen welke gevolgen zijn daden hadden op zijn slachtoffers."
We vragen ons natuurlijk met afgrijzen af
hoe menselijke wezens tot verschrikkingen als de Holocaust in staat zijn. Tegelijkertijd leggen ook wij een gebrek aan voorstellingsvermogen aan de dag als het gaat om het verleden, heden en toekomst van Darfur, een falen van het hart en van het verstand. Het ontbreekt ons aan morele moed, en vooral ook aan naastenliefde.
De genocide in Darfur is de eerste volkerenmoord van de 21e eeuw. Tot januari 2008 resulteerde dit in tussen 200.000 en 400.000 mensenlevens en 2.500.000 vluchtelingen.
De genocide in Ruwanda was snel en efficient (bijna een miljoen mensen werden afgeslacht of doodgeslagen in een tijdsbestek van 100 dagen). Wat er in Darfur gebeurt
is een "vertraagde genocide", een die ons dagelijks onder ogen en oren komt, als we tenminste ogen hebben om te zien en oren hebben om te horen. Het enige goede aan "vertraagde" genocide is dat het ons tijd geeft om tot actie over te gaan als we dat tenminste willen. Ik ben van mening dat we als heiligen der laatste dagen, gezien onze historische achtergrond, onze theologie en onze standaardwerken, een aktieve rol zouden moeten spelen om de genocide in Darfur te beeindigen.
We zijn immers zelf ternauwernood aan volkerenmoord ontsnapt. Anderhalve eeuw geleden probeerde Goeverneur Boggs van Missouri de Mormonen uit te roeien met een vernietigingsbevel, waardoor deze onder levensgevaar moesten vluchten. Verdere vervolgingen veroorzaakten bloed en tranen, die op Pioniersdag worden herdacht, en dat zou ons des te meer gevoelig doen moeten zijn voor de verschrikkingen van volkerenmoord.
Van ons zou meer mede-lijden met de lijdenden in Darfur mogen worden verwacht als we bedenken hoe onze voorouders midden in de winter uit hun huizen werden verdreven, hoe ondiepe graven hun lijdensweg over de prairies markeerden, denkend ook aan de Martin en Willie handkar-groepen en het lijden, de ontberingen en de vervolgingen in die eerste jaren; dit alles zou van ons meer medelijden doen veronderstellen voor de lijdenden in Darfur. Ons besef van genocide kan ook worden versterkt door de slachting te Mountain Meadows zo'n 150 jaar geleden. Hetgeen daar destijds op die elfde september plaatsvond heeft ook van alles te maken met de verschrikkingen van elf september 2001. Beide gebeurtenissen werden door godsdienstig fanatisme ingegeven, waardoor menselijke wezens zichzelf de rol van vernietigende engelen toebedachten. De moordpartij die daar in de bergen van zuidwestlijk Utah plaatsvond werpt een schaduw op ons geestelijk erfgoed, ze vormt een blamage voor ons als uitverkoren volk, een blamage ook op ons publieke imago. Een dergelijk gebeuren herinnert ons er ook aan hoe de mens maar al te goed in staat is zich beestachtig te gedragen.
Genocide wordt een misdaad tegen de mensheid genoemd, maar ze is meer dan dat: ze is een ernstige zonde tegen de natuur, tegen onszelf, en tegen de godheid. ze is de grootst mogelijke godslastering omdat de daders zich als God beschouwen, en het op zich nemen het uiteindelijk oordeel te vellen en ten uitvoer te brengen. De glorieuze doeleinden van Gods schepping worden teniet gedaan; nl. om de onsterfelijkheid en het eeuwig leven van de mens tot stand te brengen. Genocide is met name tegen Christus gericht omdat ze zijn lijden doet toenemen en de aardse proeftijd doet verkorten voor degenen die aan hun zaligheid werken. Ons begrip van het plan van zaligheid, onze rol daarin, en ons begrip van het als "redders op de Berg Zion" te zijn, houdt volgens mij in dat we deelgenoot zijn aan het verlossen van de levenden en de doden, en dat we een bijzondere verantwoordelijkheid hebben het kwaad der wereld te weerstaan, met inbegrip van het kwaad van genocide. Als we onszelf als de herstelde kerk van Jezus Christus beschouwen, dan houd dat een grotere mate van rentmeesterschap in.
Eugene England schreef: "De wereld heeft diepe wonden die om genezing vragen." En hij zou er aan toegevoegd kunnen hebben dat wij de verantwoording dragen die genezing tot stand te brengen. Heeft de Kerk de morele plicht de genocide te beeindigen? Ik vind van wel, maar kan uiteraard niet namens de Kerk spreken.
Overeenkomstig haar algemene richtlijnen laat de Kerk zich niet in met de politieke aspecten van de genocide in Darfur. The Bloggernacle Times vroeg kerkeklijk woordvoerder Tom Owen of de Kerk steun zou verlenen aan het initiatief "Save Darfur Coalition" en deze zou
hebben verklaard: "De Kerk laat zich zelden in met politieke aangelegenheden, noch geeft ze er commentaar op. De Kerk staat echter klaar met Humanitaire Hulp als ze daarom gevraagd wordt." Terwijl de kerkelijke terughoudendheid begrijpelijk is als het gaat om betrokkenheid bij een zeer complex internationaal conflict, is het belangrijk te onderkennen dat de Kerk zich wel degelijk met politieke zaken inlaat als zij e.e.a. door een morele i.p.v. een politieke bril ziet.
Dat was namelijk het geval bij de Amerikaanse Prohibition (alcoholverbod), vakbondwetgeving, ERA-Equal Rights Amendment, en eenaantal wetsvoorstellen t.b.v. het huwelijk (inclusief haar omstreden steun
in 2008 voor een grondwetswijziging in Californie). Vermeld moet worden dat in deze zaken de Kerk niet slechts "klaar stond" om op verzoek hulp te verlenen, maar in alle gevallen zelf het initiatief nam en aggressieve politieke campagnes voerde. M.b.t. ERA en huwelijkswetgeving noemde de Kerk haar betrokkenheid een morele verantwoordelijkheid t.b.v. de bescherming van het gezin. De voordehandliggende vraag is: is er een belangrijker en overtuigender morele verantwoordelijkheid voorstelbaar dan genocide? Voor gezinswaarden opkomen heeft alleen maar zin als gezinnen niet uitgeroeid worden!
Alhoewel dus niet aktief betrokken om de genocide in Darfur te beeindigen, stuurde de Kerk humanitaire hulp t.b.v. de Sudanese vluchtelingen in Darfur en Chad. Volgens Nate Leishman, manager van het Kerkelijk Humanitair Hulpprogramma, gaf de Kerk in de afgelopen jaren humanitaire steun via organisaties als UNIFER en Islamic Relief Worldwide. Hij vermeldde dat recentelijk 15 containers met hulpgoederen opgehouden werden in een haven door Sudanese ambtenaren.
Ongeacht kerkelijke institutionele aktie, vind ik dat we als individuele leden, als mormoonse Christenen, een andere en grotere morele verantwoordelijkheid dragen.
Het is een verantwoordelijkheid die van ons verlangt op te komen voor de minsten der minsten
die mét ons broeders en zusters in Christus zijn, "in de gedaante van Jezus" zoals Moeder Teresa het noemde.
Heiligen der Laatse Dagen maken deel uit van wat je zou kunnen noemen een "gehoorzaamheidscultuur", d.w.z. we reageren meer op autoriteit en aanwijzingen van onze leiders, dan naar eigen inzicht en initiatief te handelen. De Heer maakte echter duidelijk in de Leer en Verbonden dat we uit vrije wil goed moeten doen, ook buiten de officiele kerkelijke structuren en programma's (LV 58:26-29). Dit houdt in dat de Heer van ons verwacht dat we zijn werk in de wereld
ten uitvoer zullen brengen. Eén van de beste manieren om dat te doen is door wat ik noem een "christelijk voorstellingsvermogen" te ontwikkelen. Ons geestelijk voorstellingsvermogen moet ten minste kunnen aanvoelen hoe het zou zijn als onze eigen geliefden door Janjaweed militia's gedood zouden worden, ons dorp in brand gestoken en onze bestaansmiddelen vernietigd zouden worden. Hoe zou het zijn om als vluchtelingen in een vreemd land te zijn met gebrek aan voedsel en water, zonder een dak boven ons hoofd en zonder veiligheid? We zouden ons kunnen proberen voor te stellen zieke kinderen te hebben zonder medicijnen of medische hulp, onze doden te moeten begraven in een vreemd land zonder enige plechtigheid. Stel u voor hoe het zou zijn om jarenlang te wachten totdat de buitenwereld op onze hulproep reageert en zich af te vragen waarom niet gereageerd word ...
En bovenal: als ik het 25ste hoofdstuk van Mattheus goed begrijp, vereist christelijk voorstellingsvermogen van ons om ons Christus voor te stellen in de ruige woestijn van Darfur, in een schamel onderkomen zonder voedsel of water; Christus die ziek is en niemand om hem te verzorgen; Christus met een verhongerd kind in zijn armen, of Christus als dat kind zélf...
Ik ben me ervan bewust dat een dergelijk voorstellingsvermogen aangaande het lijden van anderen kan leiden tot zgn. "medelijden-moeheid" - erdoor emotioneel overwelmd of zelfs verlamd raken. Ons voorstellingsvermogen en ons medelijden kent haar grenzen, maar dat betekent niet dat we deze niet maximaal zouden moeten gebruiken. Ik durf te beweren dat we waarschijnlijk veel minder medelijden aan de dag leggen dan het tegenovergestelde: egoisme en onverschilligheid.
Onze onverschilligheid, wat de Grieken "accedia" noemden - geestelijke irritatie of harteloosheid - is wellicht onze grootste zonde.
Paulus vermaant ons: "Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven." (Galaten 6:9). Het is waar dat aan ons hart en verstand grenzen zijn gesteld, maar genocide vereist van ons dat we onze grenzen verleggen. Om met Nicholas Kristof te spreken: "Genocide is altijd iets vreselijks, maar heeft niet zozeer met het aantal slachtoffers te maken. Bij de Holocaust gaat het niet over het feit dat zes miljoen Joden werden gedood, maar over een overheid die mensen aanviel op hun godsdienstige overtuiging en hen wilde vernietigen. Het vreselijke van Anne Franks' dagboek is niet de dood van een meisje, maar de misdaad van de staat."
Darfur roept, smeekt ons iets te doen.
Hier volgen enkele suggesties over wat de Kerk als instituut zou kuinnen doen, en wij als individuele leden, om de genocide in Darfur te beeindigen.
De Kerk
zou bijvoorbeeld:
- kunnen oproepen tot vasten t.b.v. de slachtoffers van de volkerenmoord. Alhoewel de Kerk niet vaak oproept tot een bijzondere vastenperiode, is er één voor Darfur op z'n plaats. Volgens Isaac Ferguson van de Kerkelijke Afdeling voor Humanitaire Hulpverlening, wordt tot bijzondere vastenakties af en toe door het Eerste Presidentschap opgeroepen als daar urgente aanleiding voor is, zoals bijv. op 18 mei 1845 toen "genoeg werd bijgedragen om de armen te helpen tot de oogsttijd" (HC 7:411). In 1985 hielden de leden van de Kerk twee bijzondere vastendagen en schonken $10.465.000 t.b.v. hongerbestrijding en gemeenschaps-ontwikkelingsprojecten in Afrika, Zuid-Amerika en andere werelddelen. Een dergelijke vastenaktie t.b.v. de slachtoffers in Darfur zou van moreel leiderschap en oprechte christelijke zorg blijk geven (en als neveneffect ook het wereldwijde imago van de Kerk ten goede komen).
- leden in de gelegenheid stellen hun vrijwillige bijdragen aan het Algemene Humanitaire Fonds te specificeren t.b.v. Darfur. De kerkelijke richtlijnen voorzien niet in het aangeven van specifieke bestemmingen van vrijwillige bijdragen, maar maakte een uitzondering voor de slachtoffers van de Tsunami in Indonesia in 2004-2005 als een precedent voor Darfur.
- haar enorme kerkelijke organisatorische structuur en communicatie-netwerk gebruiken om humanitaire en financiele hulp te verlenen t.b.v. Darfur, zoals ze eerder deed in andere humanitaire noodgevallen.
- de slachtoffers in Darfur aan te bevelen in de gebeden van de leden van de Kerk.
- kerkelijke publicaties en websites informatie te laten verstrekken over wat individuele leden van de Kerk kunnen doen om de genocide te stoppen of het lijden in Darfur te verzachten.
-kerkleden aanmoedigen de leiding te nemen in organisaties van andere kerken, synagogen, en moskeen, om economische gebedsdiensten te houden, geldinzamelingsakties en andere akties te organiseren, zoals beschreven door Don Cheadle en John Prendergast, de auteurs van "Not on Our Watch - The Mission to End Genocide in Darfur and Beyond":
- wees geinformeerd - kennis is macht
- maak ook anderen zich bewust van de situatie
- streef naar verandering - draag financieel bij en zamel geld in
- schrijf brieven - red levens - verander levens
- financier de genocide niet langer - roep op tot disinvesteringen
- vorm een belangengroep - word lid van een aktiegroep
- laat niet af - stel vragen aan de overheid
Dit artikel werd overgenomen uit de december 2008 editie van Sunstone Magazine.