Beste vakantiegangers – nu de blockbusters tot en met september op kruissnelheid geraken, zullen we samen eens iets anders doen en zo wagen we ons aan de rooskleurige wandelgangen van de Franse Film. Dear Froggies! Franzozen, Mes Amis! Al kikkerbillen etend gaan we vooruit, de rode wijn zullen we even vergeten, lavendel, look en dennengeuren zijn hier gratis, wederom pastis slurpend, en met de zalige zon van het filmfestival van Nice nog in ons geheugen beginnen we er aan. Mijn oom Felix, aan moeders zijde, was een kenner van de Franse film en mooie vrouwen. Tssk! Tssk! Hij keek naar de grootmeester Jean Gabin, de eeuwige komiek Fernandel en andere filmiconen zoals: Yves Montant, Alain Delon en natuurlijk mag ik zijn snoezepoes, het tijgerinnetje (toen toch nog) Brigitte Bardot niet vergeten te vermelden.
Als opwarmer starten we met Fernandel. Hij begon als zanger en komiek in "café-concerts" en vaudeville-theater. In 1925 trouwde hij met Henriette Manse. Zijn acteursnaam ontleende hij aan zijn schoonmoeder - "Le Fernand d'elle". In 1930 maakte hij zijn filmdebuut in "Le blanc et le noir" van Robert Florey. Hij werd de belangrijkste Franse filmkomiek – bekend om zijn grote tanden en brede glimlach - zijn Provençaalse accent. Hij zou veertig jaar lang in tientallen Franse komedies de hoofdrol spelen. Hij trad ook op als zanger in muzikale komedies. Enkele van zijn bekendste films zijn: "Ali Baba et les quarante voleurs", La vache et le prisonnier" , de reeks "Don Camillo"-films, gebaseerd op de boeken van Giovannino Guareschi. Fernandel speelde de rol van de pastoor in een klein Italiaans stadje die voortdurend overhoopt ligt met Peppone, de communistische burgemeester. "Le Petit monde de Don Camillo" (1951) “Le retour de Don Camillo" (1953), "La grande bagarre de Don Camillo" (1955) Camillo Monseigneur" (1961) en "Don Camillo en Russie" (1965). Hij kreeg ook enkele rollen in Hollywood-films, waaronder "Around the World in Eighty Days" (1956) van Michael Anderson met David Niven en Shirley MacLaine en "Paris Holiday" (1958) van Gerd Oswald met Bob Hope en Anita Ekberg. In 1970 begon Fernandel aan de opnamen van een zesde Don Camillo maar die werd nooit afgemaakt – Hij moest stoppen wegens gezondheidsredenen en kort daarna zou hij aan kanker overlijden.
Via mijn schoonmoeder Céline genoot ik van de films van Louis de Funès. Deze Fransman, geboren als Louis Germain David de Funès de Galarza - (Courbevoie, 31 juli1914 - Nantes, 27 januari1983) was een Fransacteur en komiek - de Funès werd wereldberoemd door zijn rollen als inspecteur Cruchot in de Gendarme-films. De Funès was door zijn drukke gedrag, zijn prachtige mimiek een van de bekendste Franse acteurs aller tijden. Hier zijn enkele van zijn kassakrakers: 1982 : Le gendarme et les gendarmettes, 1981 : La soupe aux choux, en in 1973 kregen we de de onvergetelijke : Les aventures de Rabbi Jacob te zien, 1971 : Sur un arbre perché, in 1968: Le petit baigneur een onvergetelijke zomerhit, 1966 : Fantômas contre Scotland Yard, 1966 : Le grand restaurant, en natuurlijk kent iedereen 1966 : La Grande Vadrouille, 1964 : Fantômas en in 1961 : La belle Américaine. Vergeet niet dat zijn filmcarrière al in 1945 begon en deze lijst dus ingekort is.

Men kan niet over De Funès praten en zijn collega Bourvil vergeten. Bourvil is een pseudoniem van André Raimbourg (Prétot-Vicquemare, 27 juli1917 - Parijs, 23 september1970) was een Fransacteur en zanger. Zijn acteursnaam is afgeleid van het dorp Bourville in Normandië, waar hij zijn kindertijd doorbracht. Hoewel Bourvil ook dramatische rollen speelde, zal hij bij het grote publiek bekend blijven voor zijn rollen in komische films. Vaak waren de personages die hij vertolkte zachtaardig en naïef, zoals in de succesfilm van Gérard Oury, Le corniaud , waarin hij het perfecte contrast vormde met zijn tegenspeler Louis de Funès. Later schitterde het duo nogmaals in de kaskraker La Grande Vadrouille, ook van Oury. Een andere grote rol had Bourvil ook nog in Le Cerveau, naast Jean-Paul Belmondo, Eli Wallach en David Niven. Bourvil vertolkte ook een bijrol in The Longest Day, waarin hij een Franse burgemeester speelde. Bourvil nam ook een driehonderdtal liedjes op, voornamelijk in de hem kenmerkende naïef-humoristische stijl. Op 23 september1970 stierf Bourvil aan de gevolgen van de ziekte van Kahler, waar hij tevergeefs voor lange tijd tegen vocht.
Maar uiteindelijk geraakte ik af en toe verhangen aan de Franse politiefilm en zo ontdekte ik Alain Delon en Jean-Paul Belmondo.
Alain Delon - geboren op 8 november 1935 - is een beroemd Fransacteur.
Delon werd geboren in Sceaux, Frankrijk. Op zijn 17e ging hij in het leger en diende in Indochina als parachutist. Zijn doorbraak als filmster kwam met “Plein Soleil” (1962), een bewerking van The Talented M. Ripley van Patricia Highsmith. Hij speelde ook in “Il Gattopardo” van Luchino Visconti en “Le Samourai”. In 1968 werd de bodyguard van Delon en zijn vrouw Natalie dood gevonden op een vuilnisbelt. Daarop raakten zij betrokken in een massief seks-, drugs- en moordschandaal. In 1973 zong hij een duet met de Franse popzangeres Dalida getiteld Paroles... ', dat een grote hit in Frankrijk, Japan en Canada werd.
In 1987 leerde Alain de Nederlandse Rosalie van Breemen kennen, toen zij werd ingehuurd als achtergrondzangeres bij de opnames voor zijn videoclip “Comme au Cinéma”. Ondanks het leeftijdsverschil van ongeveer 30 jaar, begon het tweetal een relatie. Het is onduidelijk of de relatie ook uitmondde in een huwelijk, maar er werden wel twee kinderen geboren: Anouschka (1990) en Alain-Fabien (1994). De relatie eindigde in 2001. In 1997 kondigde Alain aan te stoppen met acteren na een reeks filmmislukkingen. Maar kwam toch terug op TV met een politieserie. Maar niettemin vermelden we deze grote successen: 1963 : La Tulipe noire, 1965 : Les Tueurs de San Francisco, 1965 : Paris brûle-t-il ?,1966 : Les Centurions, 1966 : Les Aventuriers, 1967 : Diaboliquement votre, 1967 : Le Samouraï - En vergeten we de sensuele badkuipversie niet uit - 1968 : La Piscine, 1969 : Le Clan des siciliens met Jean Gabin, 1970 : Borsalino, 1970 : Le Cercle rouge, 1971 : een western - Soleil rouge, 1971 : Un flic,, 1973 : Les Grands Fusils, 1973 : Scorpio , 1973 : Deux hommes dans la ville, 1975 : Zorro, 1975 : Le Gitan, 1975 : Flic story, een Kafka versie in1976 met “Monsieur Klein”,1977 : Le Gang, 1979 : Le Toubib, 1980 : Trois hommes à abattre, 1981 : Pour la peau d'un flic, 1982 : Le Choc, 1983 : Un amour de Swann en in 1985 : Parole de flic
Jean-Paul Belmondo - Neuilly-sur-Seine - 9 april1933 - is een Franse acteur, bekend van film en theater. Reeds zeer vroeg boekte hij in de film zijn belangrijkste successen. Hij werd beroemd met zijn rol in “À bout de souffle” (1960) van Jean-Luc Godard die van hem een gewichtig figuur maakte van de Nouvelle Vague. Met “l'Homme de Rio” (1965) ging hij over op meer commerciële films, in het bijzonder komedies en actiefilms. Belmondo was ook niet versmaden in : het oorlogsdrama 1964 - Week-end à Zuydcoote, van Henri Verneuil, 1964 - La Chasse à l'homme, van Édouard Molinaro, 1965 – na D-Day kwam toen “Paris brûle-t-il?”, van René Clément, 1969 – de vrij internationale cast in Le Cerveau, van Gérard Oury, met truckers en groot geschu in 1969 – “La Sirène du Mississippi”, van François Truffaut, 1969 - Un homme qui me plaît, van Claude Lelouch, 1970 – de franse Bonnie and Clyde - “Borsalino”, van Jacques Deray met Alain Delon, 1971 - Le Casse, van Henri Verneuil, 1973 - l'Héritier, van Philippe Labro, 1973 - Le Magnifique, van Philippe de Broca, 1975 - Peur sur la ville, van Henri Verneuil, 1975 - l'Incorrigible, van Philippe de Broca, 1976 - l'Alpagueur, van Philippe Labro, 1976 -1979 - Flic ou voyou, van Georges Lautner, 1981 – en onstopbaar in Le Professionnel, van Georges Lautner, en 1982 – de Duitsers de das omdoen in “l'As des as”, van Gérard Oury
Tot mijn groot spijt geef ik grif toe dat ik in mijn haast alle Franse schoonheden ben vergeten te beschrijven. Ooh La La! Maar al die schaars geklede dames - dat zou me misschien wederom niet in dank worden afgenomen en daarom zwijgen we maar als vermoord over dat pikant onderwerp. En om af te sluiten bespreken we een moderne Franse klucht.
“Bienvenue chez les Ch’tis”
Regie: Dany Boon, Scenario: Alexandre Charlot, Franck Magnier, Dany Boon, met: Kad Merad, Dany Boon, Zoé Félix, Anne Marivin, Line Renaud e.a. - 106 min. / F / 2008 - De volwassenen onder ons kennen het driftkikkertje Louis de Funès nog wel – maar nu vertoeft hij al schuimbekkend in de geestenwereld - ‘Bienvenue chez les Ch’tis’, de meest succesvolle Franse film sinds ‘La grande vadrouille’, is een oergezellige klucht waar wijlen ons engeltje ongetwijfeld graag in zou hebben meegespeeld. Dat de Franse filmsensatie van het jaar - die ook in Wallonnië uitgroeide tot een monsterhit – werd in Vlaanderen niet zo’n succes. Het verhaal handelt over een postbeambte die uit het warme zuiden van Frankrijk naar het grauwe noorden van het land wordt overgeplaatst.
De film doet gretig beroep op de herkenbaarheid die voortvloeit uit de uitvergroting van vooroordelen en stereotypen. Soms iets te kolderiek en de grappen worden meermaals herhaald, maar de vertolking blijft enthousiast - met het hart op de juiste plaats. Philippe (Kad Merad) is een ambtenaar bij de post die aast op een promotie waar een verhuisticket naar de azurenkust aan vasthangt. Hij heeft het nodig, zijn vrouw (Zoé Félix) des te meer. De postbeambte doet zich voor als een mindervalide, valt door de mand, en promoveert als straf naar het verre noorden. Dicht bij de grens met België – in het gehucht Bergues (Sint-Winoksbergen) in Frans-Vlaanderen. Philippe ziet het daar niet zitten - het ijskoude Nord-Pas-de-Calais zegt hem niets - maar met een dikke wintervest verhuist hij en zegt zijn familie tijdelijk vaarwel. Philippe vecht tegen het koeterwaals, de rode huisjes en de lokale stinkende kazen - maar sneller dan verwacht stelt hij vasts dat het hoge noorden best meevalt. De komedie trippelt zorgeloos van de ene voorspelbare ontwikkeling naar de andere en na een tijdje is het “happy end” in zicht. De acteurs doen het goed – ze spelen gretig op elkaar in – tonen de nodige taalverwarringen - misschien miste ik de oubollige Franse manier van doen – drukdoenerijkomedie – zoiets als ‘La soupe aux choux’? In ieder geval, ‘Bienvenue chez les Ch’tis’ is niet af te keuren – maar niet hoogstaand – er kan een lach af.
Zelfs Wilfried Decoo raadde hem gretig aan en dat wilt wat zeggen – en zo ontsnappen we even aan de sleur. De humor beperkt zich tot de Franse westhoek en het accent dat ze daar spreken - onverstaanbaar – voor de pastisgorgelende Fransen uit het zuiden. Zo wordt de perceptie van het noorden door het zuiden op een niet-irritante manier uitvergroot en uitgewerkt in een paar grappige scènes. Een weetje is natuurlijk dat de Ch’ts de bijnaam is van de inwoners van het noorden. De film draait steeds rond die clash tussen de man uit het zuiden en de vreemde snuiters van het Pas de Calais. Wanneer onze held zich verbazend snel op zijn gemak voelt in het noorden en de snuiters eigenlijk een gastvrij volkje blijken te zijn (met een schattige Line Renaud op kop), de taalmopjes en cultuurgewoontes (onze frietkotten krijgen even reclame) wordt alles afgerond. Gelukkig ligt het tempo hoog en zo wordt de zatte postbodescène - ongetwijfeld een klassieker bij het Franse publiek een echte topper. Maar is de film blijft voor ons een piepklein, pretentieloze komedie. In Frankrijk werd het wel de Franse filmhype van het jaar.